Menu
Geen producten in je winkelmand

Annemiek Lely (27), freelancer in de culturele sector, Amsterdam

Annemiek Lely (27), freelancer in de culturele sector, Amsterdam

Wat mijn depressie mij influistert

Wanneer ik depressief ben weet ik zeker dat ik niks waard ben, dat ik niet aardig ben. Dat je niet lacht om mijn grapjes, maar omdat ik mezelf weer eens belachelijk maak.  Achteraf snap ik niet hoe ik zo kon denken, toch zijn deze overtuigingen tijdens een depressieve periode mijn realiteit.

Het is heel lastig te beschrijven hoe een depressie precies voelt, in dat opzicht is het net als de liefde. Het is een fenomeen waar mensen eigenlijk geen woorden aan kunnen geven, en juist daarom blijven ze het proberen. Maar er is geen universele beschrijving of metafoor mogelijk van wat liefde precies is, want geen enkele liefde is hetzelfde en iedereen ervaart het gevoel anders. Dat is hetzelfde bij depressie.

Ik ben verdrietig, maar anders verdrietig dan ik gewend ben. Een speciaal soort verdriet dat alleen depressie kent. Dit verdriet komt uit mijn botten. Verandert de samenstelling van mijn lichaam, ineens ben ik van lood. Het is zo zwaar.

Gewoon bestaan kost al bijna meer energie dan ik op kan brengen. De eerste gedachte voordat ik ‘s ochtends mijn ogen open doe is “ik hoop dat ik nog verder kan slapen”. Ik moet opstaan, bang dat wanneer ik de depressie zijn gang laat gaan ik de rest van mijn leven als Sneeuwwitje in een coma zal doorbrengen. Met veel moeite forceer ik mezelf om het bed uit te stappen, om me vervolgens te realiseren dat dit pas het begin is, ik moet nog een hele dag. De moed zakt en zakt en zakt, tot ver onder mijn schoenen. Stapje voor stapje schuifel ik naar de bank. Ik kijk op tegen alles. Echt alles. Zelfs het kijken van een film is iets wat ik op dat moment niet kan. En als je me vraagt mijn hond uit te laten, kijk ik je aan alsof je me vraagt naar de maan te vliegen zonder raket. Hoe dan? Want zo voelt het, echt.

Ik neem mezelf regelmatig voor om afspraken door te laten gaan. Stoer zeg ik tegen mezelf “ik ga dit doen” om op het laatste moment toch toe te moeten geven dat ik het eigenlijk niet kan. Ik kan niet fietsen, ik kan niet met de bus, ik kan niet met mensen praten, ik kan eigenlijk helemaal niets. Het is heel rustig in mijn hoofd. Leeg. En in mijn lijf. Ik ben dan zo moe. Ik heb soms niet eens de energie om na te denken.

Ik weet niet hoeveel depressieve episodes ik heb gehad, maar ze blijven altijd terugkomen. Toen ik 20 was wist ik zeker dat ik de 30 niet zou halen. Het is geen kwestie van ‘oefening baart kunst’. Dat ik tot nu toe elke keer uit mijn depressie kwam, is geen garantie voor de toekomst. Nu op mijn 27e geloof ik dat ik de 30 ga halen, durf te hopen op 35, maar daarna weet ik het niet.

In al die jaren heb ik verschillende brieven geschreven. Sommige heb ik weggegooid en andere heb ik bewaard. Ik denk dat iedereen wel eens over zijn eigen begrafenis na heeft gedacht. Ik wel honderden keren. Ik schaam me een beetje, voor die brieven en gedachten, vooral nu het goed met me gaat. Maar op het moment dat ik ze schrijf ben ik ervan overtuigd dat iedereen begrijpt waarom ik uit het leven stap, dat ze het een opluchting vinden. Ze zijn vast wel even verdrietig, maar daar komen ze vanzelf overheen, en na verloop van tijd ziet iedereen in dat ze beter af zijn zonder mij. Dat zijn de alternatieve waarheden die tijdens een depressie je leven overnemen.

Ik verstopte me vroeger vaak onder de tafel, nestel me nog steeds graag in kleine ruimtes. Daar kan ik me inbeelden dat de wereld gewoon verder gaat zonder mij, en iedereen om me heen vergeet dat ik besta. Dat lijkt me dan het makkelijkst. Nu het goed met me gaat geloof ik wel dat ik gemist zou worden, maar tijdens een depressie weet ik zeker dat het niet zo is.


Wat ik terug zeg

Ik weet niet wat ik terug zeg, dat vind ik zo ontzettend moeilijk. Tijdens een depressie heb ik niks tegen die gedachten in te brengen. Alles wat de depressie me influistert voelt als de absolute waarheid. Als ik iets tegen mijn depressie zou willen zeggen is het “blijf gewoon weg, laat me met rust, ga gewoon even op vakantie naar Australië ofzo”. Ik wil het gewoon niet meer. Het kan me echt verzieken. Ik heb alles eromheen wel geaccepteerd, maar ik kan niet accepteren dat ik de rest van mijn leven met die depressieve gedachten blijf zitten.

Een depressie is iets dat overal tussendoor glijdt, wat je niet kan grijpen. Soms zou ik wel eens willen dat je kon zeggen “en nu ga ik je eens flink aanpakken.” Want hoewel ik wel het gevoel heb dat ik in de loop van de tijd handvatten heb gekregen om mezelf steeds weer een beetje op te lappen, heb ik niet het gevoel dat ik op de lange termijn echt ben geholpen.

Ik heb jaren meegemaakt waar het af en toe relatief gezien een beetje beter ging, maar eigenlijk ging het nooit zo goed als het kan gaan. Het is alsof je standaard van ‘goed’ steeds een beetje naar beneden zakt. Sinds december 2016 heb ik het gevoel dat de depressie voor het eerst in een hele lange tijd niet ergens om een hoekje op de loer ligt of constant bijna doorbreekt, maar bij wijze van spreken echt even helemaal in Australië zit. Dat gevoel van bevrijding is zo intens. Dan realiseer ik me ineens, als mijn depressie voor altijd weg blijft zou ik zo’n leuk leven kunnen hebben.


Wat (soms) helpt

Mijn kleine mannetje, mijn hondje. Hij is het beste wat ik ooit had kunnen doen. Hij praat niet, maar is er wel. Hij voelt aan wanneer het niet goed met me gaat en dan komt hij op schoot liggen, kijkt me aan met dat lieve kopje, en dan denk ik “oh ja, jij bent nog wel de moeite waard”. Dat is zo fijn. Vooral omdat ik me tijdens een depressie het liefst helemaal terug trek.

De afgelopen tijd ben ik steeds opener geworden over mijn depressie, het lucht op om niks te hoeven verbergen. Toch zijn er nog steeds aspecten waar je het niet over kan hebben, die zijn te choquerend. Daardoor blijft het gevoel dat er altijd iets in mijn hoofd zal zitten dat anderen niet begrijpen. Zeker wanneer ik er midden in zit vind ik het moeilijk om erover te praten. Ik heb hele lieve vriendinnen die me bijvoorbeeld maskertjes sturen. Ik voel me dan altijd een beetje bezwaard. Een depressie is geen griepje van een week, je weet niet wanneer je weer beter bent.

Aangezien ik al sinds mijn 16met een tussenpoos van drie jaar in therapie zit, ben ik een expert geworden in zelfanalyse. Het is alsof ik een derde of vierde oog heb ontwikkeld dat altijd op een meta-niveau met me meekijkt. Dit maakt het lastig omdat je altijd bezig bent met kijken “wat kan ik beter doen”. Je wil er constant aan blijven werken, terwijl ik eigenlijk best af en toe een lekkere fout zou mogen maken, dat is menselijk. Dat voelt heel krom, ik merk dat ondanks alles wat ik doe om het taboe op depressie te verminderen, het er bij mezelf eigenlijk nog steeds niet mag zijn.

Wanneer het goed met me gaat, zoals nu, kan ik relativeren. Mijn leven ziet het er niet verkeerd uit. Ik doe leuke dingen, verdien geld met schrijven, kan voldoening halen uit mijn werk. Ik zie mezelf ook echt wel als een strijder, ondanks mijn depressie heb ik ‘toch maar dit…’, of ‘toch maar dat…’ Daarop kan ik best trots zijn. Hoewel ik mezelf nog niet met volle overtuiging schouderklopjes kan geven voor wie ik ben als persoon, kan ik dat wel voor dingen die ik goed heb gedaan. En zo zonder depressie vind ik mezelf af en toe best wel leuk. Best wel.


Wat mijn omgeving kan doen

Mensen die je proberen te helpen kunnen juist heel veel energie kosten, omdat ze constant dingen van je vragen. Elke vorm van contact is eigenlijk al te veel. Ik heb wel hulp nodig maar professionele hulp, de mensen in mijn omgeving kunnen dan niks voor me doen. Hoe lief ik het ook vind dat ze het blijven proberen.

Hoogstens helpt het dat mijn vriend af een toe een extra boodschap doet, of op een betere dag kan het fijn zijn om met een vriendin te gaan wandelen zodat ik even niet hoef te denken aan dat nare gevoel. Dan kan zij lekker lullen over haar leven, en luister ik een beetje half. Zolang ik maar niet hoef te praten. Ik wil het niet hebben over hoe ik me voel, dat gevoel is er, daar kan je toch niks aan doen. En hoe meer ik erover praat, hoe meer ik vind dat ik moeilijk aan het doen ben en me schuldig ga voelen, daar schiet niemand iets mee op. Terwijl zij praat kan ik even ontsnappen uit mijn eigen hoofd. Laat mij maar lekker luisteren.

Ik heb tegenwoordig wel geleerd om bepaalde situaties waar ik mee zit te delen met anderen. Hele kleine opmerkingen kunnen bij mij een enorme negatieve spiraal veroorzaken. Het helpt om deze situaties eruit te gooien, uit mijn hoofd, wat iemand op dat moment terug zegt maakt eigenlijk niet zoveel uit.

 

Tekst: Frederike Kossmann
Fotografie: Allard de Witte

Waarom wilde je jouw verhaal delen?
Twee jaar geleden besloot ik dat het niet nodig was om mezelf te blijven verstoppen en heb ik een blog geschreven over mijn strijd met depressiviteit. Vanaf dat moment ben ik ambassadeur van Samen Sterk Zonder Stigma geworden en zet ik me in voor openheid over psychische klachten. Het portret op www.allesgoed.org draagt daaraan bij. Ik hoop dat misschien een meisje van 15 mijn portret leest en voelt dat ze mag zijn wie ze is. En vooral: dat ze zich niet hoeft te schamen!

Wie bewonder je? Waarom?
Ik heb veel bewondering voor mensen die altijd zichzelf durven en kunnen te zijn. Veel mensen zijn in gezelschap een aangepaste versie van zichzelf. Niet altijd bewust. Zo kan ik in groepen ineens verlegen zijn of juist alle aandacht opeisen. Na afloop kan ik mezelf dan ook erg vervelend vinden. Ik hoop altijd zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven.

Wat is je allergrootste blunder?
Tijdens een première van een theatervoorstelling waar ik aan mee werkte, kreeg ik een dienblad met volle champagneglazen in mijn handen geduwd. Ik heb bewust niet voor een carrière in de horeca gekozen. Toen ik het podium op liep, vielen de glazen om. De acteurs en het publiek vonden het erg grappig, maar ik schaamde me rot!

Wat is jouw guilty pleasure?
Eigenlijk ben ik een lopende guilty pleasure, haha! Ik zet me een beetje af tegen het idee dat iets fout is. Waarom mag je van bepaalde muziek niet houden? Zo word ik heel vrolijk van de liedjes van K3 en schaam me er echt niet voor dat ik alle zoektochten naar nieuwe K3-leden gevolgd heb. Voor een ‘fout’ feest ben ik altijd wel in!
Een echte guilty pleasure? Van die filmpjes op YouTube waar mensen puisten uitknijpen. Vies hè? En toch vind ik het heel bevredigend om er naar te kijken.