Peter Oostelbos (66)
Zie mij
Het klinkt misschien raar, maar soms is een depressie voor mij vluchtgedrag.
Hoe is het voor de vrouw van Peter?
Dit ben ik ook
Zie mij
Het klinkt misschien raar, maar soms is een depressie voor mij vluchtgedrag.

Verhaal Peter

Wat mijn depressie mij influistert

Mijn depressie is altijd bij me. Het begon al toen ik nog een klein jongetje was: elf jaar. Maar de diagnose kreeg ik pas op mijn 52ste. Ik heb dus veertig jaar geworsteld met iets waarvan ik niet wist wat het was. Ik groeide op van een stil kind met het gewicht van de wereld op zijn schouders tot een goed gelukte, gelukkig getrouwde, maar toch ongelukkige volwassene. Iedereen om me heen zag mijn stilte als een kwaliteit. Alleen ik wist dat het van een duistere plek kwam die eigenlijk geen aanmoediging zou moeten krijgen. Ik ben opgegroeid in een streng katholiek gezin waar geen ruimte was voor emoties, ik heb nooit laten zien hoe moeilijk ik het had, dat masker is zowel een destructieve eigenschap als een overlevingsmechanisme. Je isoleert jezelf compleet, een uiting van de ongelukkigheid en radeloosheid. De eenzaamheid is voor mij een van de kenmerkendste eigenschappen van depressie.

Op mijn zeventiende heb ik twee pogingen tot zelfdoding gedaan, die laatste paar uren waren afschuwelijk: complete wanhoop, uitzichtloos en eenzaamheid. Toen het mislukte had ik daar gemengde gevoelens over, er was wel enige opluchting, maar ik dacht ook: ‘Shit, nou moet ik dus verder met deze ellende’.  Ik had er geen idee van hoe ik dat moest doen. Maar toch ben ik verder blijven ploeteren. Al die tijd wist ik niet wat er met mij aan de hand was.

Ik heb altijd kunnen functioneren. Zelfs met de constante stroom aan negatieve gedachtes die dag in dag uit door mijn hoofd dreunde: ‘Ik kan het niet, ik wil dood, het heeft geen zin.’ Het is als een lugubere radiozender die alleen ik kan horen. In een depressie kan ik het verdriet tot in mijn lichaam voelen. Het ging via een zeurende pijn in mijn maag en een overweldigende vermoeidheid die me niet verliet, hoeveel ik ook sliep. Ik dacht dat die stemmen van mij waren, dat al die negatieve gedachten in mijn hoofd de waarheid waren. Op dat moment waren ze mijn waarheid. Nu weet ik dat ik meer ben dan dat negatieve beeld dat ik van mezelf heb wanneer ik in de depressiespiegel kijk.

Het klinkt misschien raar, maar soms is een depressie voor mij vluchtgedrag. Na al die jaren heb ik ontdekt dat ik me vaak niet gezien voel. En dat is een van de ondragelijkste dingen om te voelen als mens. Zodra ik me niet gezien voel, zak ik weg in een depressie. Alsof een depressie dragelijker is dan dat gevoel om niet gezien te worden!

Wat ik terug zeg

Wanneer ik echt diep in een depressie zit, heb ik niks terug te zeggen. Heb ik niks tegen alle donkere gedachtes in te brengen, maar ik vlucht. Ik vlucht mijn bed in, de deur uit met mijn hond, en mijn hoofd uit met films, spelletjes en porno. Alles om maar niet alleen te hoeven zijn met mijn gedachtes. Om mezelf te troosten ging ik veel eten. Ik ken elke gebakswinkel in de omgeving.

De laatste keer dat ik klaar was om uit het leven te stappen zei mijn vrouw: “Peter, hoe moeilijk ik dat ook vind als dit voor jou de oplossing is dan moet je dat doen, dan steun ik jou daarin.” Die steun was heel fijn. Toen heb ik zelf toch bedacht dat ik wilde blijven leven. Voor Arja, mijn vrouw en voor mijn dochter Jip. Ik besloot toen ook om op zoek te gaan naar de beste hulp die ik kon vinden. Die beslissing heeft uiteindelijk tot de diagnose depressie geleid. De diagnose voorkomt niet dat ik af en toe in een depressie zak, maar het heeft wel veel verhelderd.

Ik blijf het proberen. Ik heb meer dan honderd depressieve episodes in mijn leven gehad, en hoewel elke weer anders is, weet ik nu dat ik het kan.
En in mijn diepste dalen, op de momenten dat ik echt niet meer wil leven denk ik: ‘Stel dat ik wil blijven leven? Voor wie zou ik dat doen?’ Dan denk ik aan de gezichten van mijn vrouw en mijn dochter: voor hen wil ik leven.

Wat (soms) helpt

Wat absoluut niet hielp was om te vechten tegen de depressie, om het te zien als een kwaadaardige vijand die ik moest verslaan. Keer op keer bracht dit een verschrikkelijke teleurstelling wanneer het niet lukt om het kwaad definitief te overwinnen en nog lang en gelukkig te leven. Dus ik ben gestopt met vechten, met energie verspillen aan een vijand die ik niet kan verslaan. Ik realiseerde me dat mijn depressie een onderdeel van mij is. Wat maakt dan die vijand? Een deel van mij. Al die tijd vocht ik tegen mijzelf, geen wonder dat ik me er niet beter door voelde. Nu accepteer ik dat de depressie geen vijand is, maar een deel van mij. We horen bij elkaar. Ik gebruik nog steeds medicatie. Ook die medicatie zorgt er niet voor dat ik niet meer in een depressie beland. Maar het beschermt mij wel. De rest moet ik zelf doen. En dat wil ik ook zelf doen.

Depressie is niet mijn favoriete deel, maar het mag er wel zijn. Ik heb geleerd om mijn leven te delen met mijn depressie, in plaats van het gevecht mijn leven over te laten nemen. Tijdens dat proces kwam ik tot het inzicht hoeveel ik eigenlijk heb geleerd van mijn depressie. Ik ben blij en trots op wie ik nu ben. En ik ben zo geworden, niet ondanks, maar dankzij mijn depressies. Laatst vroeg iemand aan mij: “Peter, stel dat je nooit meer depressief zou zijn, zou je het dan gaan missen?” Ik twijfelde niet aan mijn antwoord: “Ja, ik zou het missen!” De prijs is hoog, maar toch kan ik mijn depressie nu ook met volle overtuiging bedanken voor alles wat ik ervan heb geleerd.

Ik heb van mijn ziekte mijn kracht kunnen maken. Het had mij iets te vertellen. Ik moest iets uitzoeken. Niet alleen om mezelf beter te leren kennen en een beter mens te worden. Maar ook om mezelf rijker te maken en daarmee ook iets te kunnen geven aan de wereld en mijn omgeving. Dat is dan mijn bijdrage aan een mooiere wereld.

Verhaal Arja

Omgaan met the Black Dog

Ik zou niet graag in Peters hoofd willen leven, want het is daar een verschrikkelijke wereld. De Black Dog, zoals wij zijn depressie ook wel noemen, zou ik het liefst het ravijn in laten rennen, zodat het neerstort en voor altijd verdwijnt. Hoe goed we ook ons best doen, de hond komt altijd terug. In plaats van hem proberen weg te jagen, hebben we gezocht naar manieren om zo goed mogelijk met de hond samen te leven.        

Want hoe ga je om met een depressieve partner? Het is lastig om gelijkwaardige volwassenen te blijven als Peter in een depressie zit. Ik neig te gaan zorgen of de verantwoordelijkheid overnemen. Als het Peter door de depressie niet lukt om goed te functioneren, is mijn eerste impuls om te zorgen dat er niks misgaat. Zijn vergeten telefoon langsbrengen, aan alles helpen herinneren, spullen uithanden nemen zodat hij deze niet kapot kan laten vallen. Daarnaast wil Peter tijdens een depressieve periode vaak het liefst in bed blijven liggen, zonder zijn taken in huis op te pakken. Inmiddels kiest hij ervoor om daar niet aan toe te geven. De wil is er soms nog wel en het zal dan beslist moeilijk voor hem zijn. Natuurlijk hoeft hij niet altijd sterk te zijn, maar zo behoudt hij wel zijn zelfstandigheid. Op die manier schieten we niet in een soort ouder-kind situatie en blijft onze relatie gelijkwaardig.

Soms heb ik het gevoel dat anderen het leukste deel van hem krijgen. Dan raapt hij zichzelf bij elkaar en presenteert hij zich zo goed mogelijk. Veel begrip voor de situatie blijft er dan niet over: “Ik merk daar niks van, dat valt toch wel mee?” Dat voelt best wel eenzaam.

Betrokken worden
Er is een moment geweest dat ik er echt klaar mee was, toen het net iets beter met Peter ging. Voor anderen was dat gek, voor mij heel begrijpelijk. Ik was moe, ik was op, klaar met de relatie ook. Juist als de storm stopt, voel je pas hoe moe je bent. Ik had ook hulp nodig. Maar er bestaat geen diagnose voor ‘de partner zijn van iemand met een depressie’, hier kun je nooit specifiek voor worden doorverwezen. Dit breekpunt kwam deels doordat ik het gevoel had dat de psychiater geen goed beeld kreeg van hoe het thuis met hem ging. Hij vindt zijn psychiater een betrokken mens, raapt zichzelf bij elkaar om een leuk gesprek met haar te hebben en vergeet de minder goede dingen te vertellen. Omdat ik niet werd betrokken bij zijn therapie, kon ik hier niet mee helpen. Toen ik aangaf dat ik niet verder kon op deze manier, betrok Peter mij gelukkig meer bij zijn proces. We spraken meer met elkaar, ik ging mee naar de psychiater en kon zo vertellen hoe ik vond dat het thuis ging. Ik vind dat partners of andere naasten meer bij de therapie betrokken moeten worden.

Samen zijn
Als Peter vastzit in zijn hoofd is het heel lastig. Maar als er weer ruimte komt, ruimte voor mij… Ja… dan is het toch gewoonweg een hele leuke man. Ik ben bij hem met een reden. Om die positiviteit uit onze relatie niet kwijt te raken, proberen we tijd voor elkaar te maken. Er is dan aandacht voor het delen van onze gedachten, wat we fijn vinden aan elkaar en waarmee we worstelen. “Deel met mij, want als jij het alleen doet voel jij je eenzaam, maar ik ook.” Afstand nemen van elkaar is gemakkelijk, samenblijven kost moeite.

Seksualiteit wordt beïnvloed door antidepressiva en zorgt vaak voor een lager libido van de degene die het slikt. Ik mis het verleid worden weleens, als het initiatiefnemen vaker bij mij ligt. Zo’n laag libido kan ook voelen als een afwijzing. Als we dan toch samenkomen, is het heel fijn om even tijd met elkaar te hebben. Of het nou gaat om knuffelen of dat het de daad is. Huid-op-huidcontact en samen iets delen, dat brengt ons weer wat meer op hetzelfde spoor.

Ik heb de afgelopen jaren veel getwijfeld of ik dit wel wilde, het samenwonen met iemand met een depressie. Wil ik niet toch liever een eigen woonruimte? Ik zag erg op tegen het moment dat Peter met pensioen zou gaan en daardoor de hele dag thuis. Opvallend is dat COVID, waarvan de eerste lockdown twee maanden voor Peters pensioen viel, daaraan een positieve bijdrage heeft geleverd. We kwamen opeens vroeger dan verwacht samen thuis te zitten. Ik merkte dat Peter eigenlijk juist rust vond na zijn pensioen. Hij vond zingeving in andere bezigheden en de grote angst voor het op elkaars lip zitten bleek niet reëel. We moesten zelfs afspreken wanneer we samen gingen lunchen, anders zagen we elkaar de hele dag niet. Onze relatie is rustiger geworden. Ik twijfel daardoor niet meer. Ik merk dat we dit kunnen, waardoor ik niet meer op zoek ben naar een andere woonruimte. 

Dit ben ik ook

Ik vind het belangrijk om aan het eind van mijn leven te kunnen zeggen: ‘Ik heb geleefd, ik heb alles er uit gehaald wat er in zat’. Dat betekent dat ik NU moet leven, zonder uitstel, dat ik alles geef wat ik te geven heb, alles leer wat ik te leren heb en daarvoor mijn verantwoordelijkheid neem.

Mijn mooiste vakantieherinnering is dat ik twee dagen alleen op een piepklein rotseiland heb gebivakkeerd tussen papegaaiduikers, jan van genten, stormmeeuwen, grote jagers, het geluid van de zee diep onder mij, de wind in mijn haren en een fantastisch uitzicht over de Atlantische Oceaan.

Stiekum met een lepel uit de pot pindakaas snoepen.

Tja…. mijn hand in de werkende schaafbank steken is toch wel mijn grootste blunder. Ik heb daar overigens geen spijt van!

Ik bewonder Arja omdat zij, in ook voor haar moeilijke periodes als ik in een depressie zit, naast mij is blijven staan. Ik bewonder haar ook voor de enorme ontwikkeling die zij heeft doorgemaakt in haar functie als directeur van een stichting.

Lees meer verhalen


Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik heb jarenlang als psycholoog in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt. Nu werk ik op congressen als dagvoorzitter of spreker. Ik ben auteur en columnist. En ik geef trainingen en beleidsadvies. 

Hoe gaat het nu met je?
Het gaat goed met je. Ik ben blij met mijn man, die mij steunt in de missie van mijn werk. En ook als het tijdelijk minder goed met me gaat. 

Wat is het mooiste compliment dat je ooit gekregen hebt?
“Ik maak me geen zorgen om je. Wat er ook gebeurt aan narigheid, jij komt er altijd overheen.” Dit zijn de woorden van mijn moeder. 

Waarom wilde je jouw verhaal delen?
Ik heb zelf vooral last gehad van het stigma op psychische aandoeningen. Ik had nooit voorbeelden van mensen die ondanks een psychische aandoening het leven leiden zoals ik dat wil. Ik hoop met mijn verhaal mensen hierin hoop te bieden. 

Wat vind je belangrijk in het leven?
Ik vind het belangrijk dat je kan doen wat je wil en zijn wie je bent. Dat je een beperking in gezondheid hebt zou je daar niet in moeten hinderen. Daarom zet ik me in voor het doorbreken van vooroordelen op mensen met een beperking (psychisch, lichamelijk, chronische aandoening), zodat iedereen volwaardig en zelfstandig het leven kan leiden dat je wil. 

Wat is jouw guilty pleasure?
Nacho’s uit de oven met gesmolten kaas, avocado, crème fraîche, kidneybonen, tomaat en ui. Ik houd me altijd voor dat dit best gezond is door de avocado, tomaat, ui en kidneybonen. 

Wat wil je als algemeen advies meegeven?
Als je voor een moeilijke beslissing staat in je leven, stel jezelf dan de vraag: zal ik er spijt van krijgen op mijn sterfbed als ik deze stap niet neem?