Menu

Elwin Goedgedrag (26), student, Rotterdam

Elwin Goedgedrag (26), student, Rotterdam

Mijn Black Dog is geslonken tot zakformaat. Maar ik weet dat hij zomaar kan veranderen in een afschuwelijk beest als ik even niet oplet. Plots voel mijn hart tekeer gaan, ben weer vergeetachtig en wazig. Mijn oren suizen, mijn creativiteit is verdwenen. In paniek denk ik: is het weer zover?

Wat mijn Black Dog mij influisterde
Depressie vertelde mij dat ik het leven niet waard was. Ik kreeg dagelijks te horen dat een ander beter mijn leven kon leiden om er iets beters van te maken, ook omdat ik zelf het idee had dat ik niet langer wilde leven.

Alles was waardeloos volgens de stemmen in mijn hoofd. Ik kon maar beter niet naar buiten toe omdat ik een nietsnut was en niets nut had.

Anderen vonden mij ook maar raar, het was beter om mensen niet de kans te geven om mij mee te mogen maken als mens, niet eens voor een aantal seconden. Ze zouden me maar een rare jongen vinden. Een man was ik niet te noemen.

Wat ik terug zei tegen die rothond
Onzin, ik mag leven, ik heb een leven en het is van mij. Ik kan er iets van maken, sterker nog: er zijn dagen dat ik mij prima voel. Leuk dat jij me anders wil laten voelen, maar het feit dat ik nog wakker word, is al een middelvinger naar jou. Al voel ik niets op het moment, het leven heeft wel degelijk waarde. Die momenten lijken zeldzaam, maar het zijn er meer dan jij mij doet geloven. Ik ga zo toch naar buiten, al is het voor een uurtje. Ik mag er zijn als mens en anderen besteden minder aandacht aan mij dan jij mij doet geloven. Ik ga wat meer tijd vrij maken voor anderen en wat minder tijd besteden aan jou.

Wat soms helpt
Het ‘letterlijk’ vergroten van de momenten waarop ik sterker in mijn schoenen stond. Ik denk vaak in plaatjes en haal daar voorwerpen bij die ik kan koppelen aan positieve en negatieve momenten.

Op mijn beste dagen zie ik mijzelf in mijn hoofd zitten als een bewaker met een hoop schermen terwijl ik mijzelf aan het bekijken ben in elke situatie buiten mijn hoofd om.

Op slechte dagen staat een aantal van de schermen uit, zijn ze kapot, ze zijn omgevallen en gaat het alarm in die ruimte af. Ik ga dan alle schermen af om te kijken wat er mis is gegaan en ik ruim alles op. Ik zet de schermen terug op hun plek, de kabeltjes steek ik in het stopcontact en de schermen die kapot zijn gegaan herstel ik. Om te groeien, voeg ik extra schermen toe, deze houden in de gaten wat er in de kamer van de bewaker gebeurt zodat ik mijzelf steeds een stapje voor kan zijn.

Het komt dus eigenlijk neer op reflecteren. De situatie vanuit meerdere hoeken bekijken, vergelijken met keren dat dit eerder voorkwam en nieuwe inzichten verwerken, plus het accepteren dat eens in de zoveel tijd dingen niet zo lopen zoals ik graag zou willen (in plaats van gevloerd zijn als het ‘even’ niet gaat).

Op de loer

Doodsbang was ik om terug te vallen, want op sommige momenten merkte ik dat er gedachten door mijn hoofd spookten die ik al meer dan drie jaar niet gehad heb. Want ik hoor dezelfde vragen door mijn hoofd gaan over mijn carrière. Ik begin te twijfelen: wat moeten mensen nou met zo iemand als ik? Zo waardeloos als ik? Waar heb ik nou voor gestudeerd? Ik, een hulpverlener? Nee. Misschien is het beter als je er niet meer bent. Ik realiseer me: I need help.

Gesprek met de GGZ, check. Burn-out? Check.

Werken, school, simpele of intensieve gesprekken, en op den duur ook boodschappen doen of bij de kapper zitten –  het kostte me weer enorme moeite. Met een depressie was ik ook futloos, maar op een ander niveau. Dan geloof ik dat alles één grote zinloze bedoeling is, dus waarom zou ik daarvoor überhaupt bed komen? Een burn-out kan werken als katalysator voor depressie, en daarom besloot ik stappen te zetten: ik stopte met dingen die me geen positieve energie gaven en nam genoeg rust. Dat hielp gelukkig. Daarnaast heb ik besloten om over een aantal maanden in therapie te gaan voor het oud zeer. De grootste uitdaging nu is om niet te gretig te worden door van alles te ondernemen.

 

Tekst: Elwin Goedgedrag
Fotografie: Allard de Witte

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik studeer Social Work (profiel GGZ) aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast run ik diverse praatgroepen over depressie en hou ik lezingen over dit thema als ervaringsdeskundige. Ik lees graag boeken, houd van gamen, series kijken en sporten. Ook vind ik het leuk om te koken en nieuwe bakrecepten uit te proberen.

Waar woon je en woon je samen/alleen?
Ik woon op mezelf in Rotterdam.

Wat vind je belangrijk in het leven?
Ik denk dat ik het vooral belangrijk vind om meer aandacht te besteden aan mijn gevoel. Zo heb ik kunnen leren dat loslaten in plaats van mij krampachtig vasthouden aan verschillende zaken tot nu toe meer heeft opgeleverd. Al mag ik blijven oefenen.

Wat is je allergrootste blunder?
Mijn allergrootste blunder is misschien nog wel dat ik ooit eens een ex-vriendin heb overspoeld met verjaardagscadeautjes. Wij kenden elkaar nog niet eens zo heel lang, maareh iets met verliefdheid en impulsiviteit..

Wat is je favoriete boek?
Arthur Japin – ‘Maar buiten is het feest’, is tot nu toe één van de beste boeken die ik heb gelezen.

Wat is jouw guilty pleasure?
Met mijn neef Etrich *NSYNC met het nummer ‘Gone’ duet zingen.