Menu

Nils Elzenga (37), schrijvend journalist, fotograaf en model

Nils Elzenga (37), schrijvend journalist, fotograaf en model

Het wordt een steeds grotere chaos in mijn hoofd. Te veel doemgedachtes die mijn schedel niet meer uit kunnen en, als de ijzeren ballen in een op hol geslagen flipperkast, met steeds meer geweld in de rondte denderen.

Een steeds dikker wolkendek blokkeert alle kleur, warmte, gevoel en beweging. Als ijswater sijpelt paniek langs mijn ruggengraat: “Wacht maar, dit is pas het begin. Het is veel erger geweest, en ditmaal gaat het erger worden dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Ditmaal gaat het nooit meer over.”

Een zwarte zomer

In de zomer van 2006 schreef ik in Amsterdam mijn masterscriptie. Terwijl iedereen op het strand lag (dat stelde ik me althans voor), zat ik in een donker hol een Duitse krant door te spitten. Ik belandde in het beruchte niemandsland: ik zag niet hoe de scriptie ooit nog af zou komen. Misschien nog wel beangstigender: ik had geen idee wat te doen met mijn leven post-universiteit. Ik voelde me doodeenzaam maar durfde niemand in vertrouwen te nemen.

Voor het eerst van mijn leven kreeg ik echt depressieve gevoelens. Ik zonk weg in een peilloos diep moeras van paniek. Alsof alle lucht uit me werd geperst. Helder nadenken ging niet meer, mijn bed durfde ik nauwelijks nog uit. Ik zocht letterlijk beschutting onder de dekens.

Als het raast in mijn hoofd

Mijn wereld wordt extreem kil. Alsof alle filters weg zijn en het leven, in al zijn grimmige grijsheid, dwars door me heen blaast. Waar kan ik schuilen? In de spiegel zie ik een uitgeputte kop, met futloos haar waar het eerste grijs doorheen schemert. “Je hoort nergens bij, je staat alleen. Je kan op niemand rekenen. Niemand houdt van je. Je hoort hier niet. Je kunt het volwassen leven niet aan, sukkel. Je krijgt alle kansen, maar je pakt ze niet. Je faalt op alle fronten. Je neemt nergens verantwoordelijkheid voor. Je kunt niets! Je bent een bang, verward kind in het lichaam van een almaar ouder wordende man. Kijk om je heen: iedereen bouwt levens op, met kinderen, carrières en koophuizen, en jij blijft achter. Je zit vast man, muurvast. Je denkt toch niet dat vrouwen zo’n tobbende dweil willen? Je doet alles fout man. Fout! En alles zal altijd zo blijven. Het enige dat verandert, is de tijd die slinkt totdat de dood je komt halen.” Lange tijd heb ik verbeten teruggevochten: “Oh ja? Dat zullen we nog weleens zien dan!” Maar hoewel vechtlust me veel gebracht heeft, is deze strijd niet te winnen op wilskracht.

Vallen en weer opstaan

Op een gegeven moment deed ik het juiste: hulp zoeken. Het antidepressivum dat een psychiater voorschreef was de opluchting van mijn leven: van het ene op het andere moment daalde er rust in. Ik kon mijn situatie overzien: ik was even vastgelopen, maar iets levensbedreigends was er niet aan de hand. In de jaren die volgden kwamen de depressieve gevoelens nog tweemaal terug. De laatste keer was een jaar of acht, negen geleden. Sindsdien heb ik een lang traject van persoonlijke ontwikkeling afgelegd. Want bij mij kwamen de depressieve gevoelens wel ergens vandaan: onverwerkte trauma’s uit mijn jeugd.

Wees lief voor jezelf, jochie

Somber ben ik nog steeds weleens, maar in tegenstelling tot vroeger heb ik geleerd hoe ik daarmee om moet gaan – en vooral ook hoe niet. Het beste is mezelf met zachtheid te benaderen. De depressieve gevoelens willen immers gezien worden, geaccepteerd en omarmd. Uiteindelijk hebben ze zelfs een boodschap: “Wees lief voor jezelf, zoek contact met anderen, je hoeft niet alles alleen te doen. Je hebt, als ieder mens, liefde en genegenheid nodig.” Dus praat ik tegen mezelf als een liefhebbende vader tegen zijn zoontje: “Ach jochie toch, is het weer zover? Geeft niet. Het komt goed, het komt echt goed allemaal. Je bent oké.”

Ik herhaal mantra’s in mijn hoofd en terwijl ik inadem zeg ik tegen mijzelf: “Let”. Enkele seconden later blaas ik uit op “Go”. En dan, op de grond liggend, probeer ik de spanning en stress mijn lichaam uit te laten stromen. Maar het beste medicijn is fysieke beweging, het liefst buiten. Joggen in het park. Kickboksen. Dat helpt altijd.

Soms moet ik accepteren dat het leven even niet zo leuk is, en ik me een gewond vogeltje voel in een gebroken nest. Mezelf toestaan om te vertragen. Goed voor mezelf zorgen. Gezond eten. In bad met goede badolie. Vroeg naar bed. Maar daarbij wel oppassen dat ik mezelf niet isoleer. Andere mensen opzoeken is cruciaal, maar moeilijk, omdat ik me waardeloos voel en me daarvoor schaam. Het voelt goed als anderen laten weten dat ze nog steeds van me houden, dat ze me niet zullen laten vallen. Maar overbodig ook als ze dat niet met woorden maar met daden zeggen, en voor me komen koken, me op hun bank laten hangen, een wandeling met me maken. Maar daar om vragen blijft lastig.

Wat doe je in het dagelijks leven?
In het dagelijks leven ben ik werkzaam als schrijvend journalist, fotograaf en model (fotografie en commercials). 

Waar woon je en woon je alleen/samen/met kinderen?
Ik woon in een woongroep op het Prinseneiland in Amsterdam. Ik ben momenteel single en heb geen kinderen.

Hoe gaat het nu met je?
Het gaat goed met me. Mijn laatste depressieve episode, moet ik daarbij opmerken, is ook alweer bijna tien jaar geleden. Somber ben ik nog steeds weleens. Maar als ik mezelf weer richting depressie voel bewegen, dan weet ik nu veel beter dan toen wat te doen. 

Waar word je blij van?
Ik word blij van mijn vrienden en familie, yoga en meditatie, kickboksen en crossfitten, de zon en de natuur, het strand en golfsurfen, lezen en schrijven, kinderen en dieren, mooie dingen creëren, authentiek contact, en blijdschap zien bij anderen. En oh ja: tuinieren op mijn dakterras.

We vinden het bewonderenswaardig dat je een portret wilde maken voor Alles Goed. Waarom wilde je jouw verhaal delen?
Ik wilde mijn verhaal delen omdat ik geloof in authentiek contact. Dat wil zeggen: je voordoen zoals je je werkelijk voelt, zonder de sociale maskers die we vaak dragen. Ook de ‘donkere’ kanten – angst, somberheid, agressie, eenzaamheid – mogen er zijn. Daarop rust nog een sterk taboe, waardoor mensen die gevoelens vaak opkroppen. Dat heb ik zelf althans wel lange tijd gedaan. En dus weet ik: dat werkt niet.