Menu
Geen producten in je winkelmand

Marianne van Rijsewijk (58), editor, Nieuw Roden

Wat mijn depressie mij influistert

Ik zou toch naar mezelf luisteren, nagaan hoe ik me voel? Ben ik nou weer in mijn valkuil gedonderd? Ja hoor, ik ben er echt goed in, een expert inmiddels.

De periode voordat ik in een depressie weg zak, ben ik alleen bezig met mijn gezin, werk, anderen, onrecht in de wereld en zo. Voor mezelf word ik keihard en onverschillig. Ik houd vol en ik vecht. Tijd voor mezelf nemen door bijvoorbeeld te mediteren doe ik niet,uit angst dat ik iets opmerk wat ik niet wil.

Wat ik wel doe is:

mezelf verdoven met veel eten, alcohol, films en series. In mijn hoofd maalt het dan: jij kunt je ook nooit beheersen, ga eens wat nuttigs doen met je leven.

mezelf terugtrekken door afspraken met een smoes af te zeggen: zit je een beetje te liegen om eronderuit te komen… Slecht! Zielig!

álles als een verplichting en zware last voelen. En dan piekeren over hoe het allemaal moet: Als ik nou tegen die zeg dat … , dan kan ik … en hoef ik niet …

verlangen naar rust (dit klote leven moet stoppen) en nadenken over de dood (beter dat ik er niet meer ben), terwijl ik weet dat er mensen zijn die van mij houden.


Het begon met…

Het afscheid van mijn vader. Hij is introvert en dus geen prater, maar als het belangrijk is, begrijpen we elkaar ook zonder woorden. Lieve pappa, ik zou je wel al mijn liefde willen geven als je maar niet dood gaat. Pap, het breekt mijn hart je zo te zien lijden. Ik hou van je! Dat laatste zeg ik tegen hem, de rest denk ik.

Het is februari 1998 als mijn vader niet verder wil. Ik besluit bij mijn moeder te blijven tijdens de euthanasie. Ik vraag me niet af of ik het wel aan kan. Dat had ik beter wel kunnen doen: complete angst overvalt me, ik wil weg, in rook opgaan, ik denk dat ik gek word. Maar ik blijf mijn vader totdat hij is overleden.

Hoe ik mijn angst en paniek uiteindelijk onder controle krijg, weet ik niet meer. Het is druk met drie jongens van acht, zes en drie jaar. Zorgen voor mijn kinderen en keihard werken lijken te helpen. Ik wil niet terugdenken aan de afgelopen weken en al helemaal niets voelen. Na maanden neemt de stress zo erg toe dat ik angstaanvallen krijg. Ik durf niet alleen te zijn, durf de kinderen niet naar school te brengen, durf geen boodschappen te doen. Met al mijn wilskracht verzet ik mij tegen de angst. Ik denk lang dat het me gaat lukken en dat niemand er iets van hoeft te merken. Maar op een ochtend word ik wakker en kan ik niets meer. Ik voel ook niets meer, alles is zwart.

‘Je hebt een depressie’, zegt mijn huisarts. Ze schrijft mij Venlafaxine voor en verwijst mij door naar een psycholoog. Het wennen aan de Venlafaxine is moeilijk. De eerste twee weken zijn de bijwerkingen zo erg dat ik nauwelijks kan functioneren. Toch zet ik door. Ik wil dat mijn gezin geen last van mij heeft. De gesprekken met de psycholoog helpen wel een beetje. In het rapport aan de huisarts staat dat ik herstellende ben van een lichte depressie. Licht voelt het helemaal niet voor mij. ‘Zie je, ik ben een aansteller. Wat heb ik nou meegemaakt? Anderen maken ergere dingen mee. Slap dat ik het niet aankan. Mijn gezin lijdt door mij. Ik wil dit niet, dit mag niet, dit kan niet.’


Wat ik terug zeg

Nou, niet veel. Als ik eenmaal echt in een depressie ben aanbeland, zit ik muurvast in mijn eigen vernietigende denkcirkels. Mijn lichaam doet niets meer. De pillen zorgen dan voor een soort vangnet net boven de bodem van de put, zodat ik niet keihard op de grond kletter als ik over de rand schiet. Dat geeft me zekerheid.

Voor mij is alleen pillen slikken niet de oplossing. Bij een psychotherapeute maakte ik kennis met The Work van Byron Katie. Het is een methode waarmee je pijnlijke en stressvolle gedachten kunt onderzoeken onder het motto: ‘Geloof je alles wat je denkt en voelt?’ Het viel me niet mee om al die patronen waarin ik gewend ben te denken te doorzien. Het ontroerde me diep als ik een gedachtespinsel ontmaskerde. Ik begin te leren hoe ik voor mezelf moet zorgen. Ik dacht altijd dat ik moest volhouden en vechten tegen mijn depressie. Nu weet ik dat ik daar alleen maar somberder van word. Ik leer nu te stoppen. Na te gaan wat er aan de hand is. Oké, ik voel me nu angstig of somber. Welke (oude) overtuiging of gedachte houdt mij nu het meest bezig? Is die overtuiging of gedachte wel waar? Dat ga ik dan onderzoeken.

Wat (soms) helpt

Helaas bij mij dus wel medicijnen. En ja, dan heb ik nog steeds sombere dagen. Ik zeg ‘helaas’ omdat antidepressiva geen onschuldige medicijnen zijn. Ik (en ik ben niet de enige) kan er niet zomaar mee stoppen en gelukspillen zijn het al helemaal niet.

Drie keer probeerde ik te stoppen met Venlafaxine. De eerste keer begin ik het na twee jaar pillen slikken vervelend te vinden dat ik niet goed weet hoe het met me gaat. Ben ik nu nog wel of niet depressief? In overleg met mijn huisarts begin ik met afbouwen. In een week of twee bouw ik af tot nul. Ik voel me een paar maanden redelijk, maar dan gaat het bergafwaarts. Somberheid, paniek en angst komen in volle hevigheid terug. Ik begin weer met Venlafaxine.

Vijf jaar later bouwde ik, in overleg met een andere huisarts, nog eens af met hetzelfde afbouwschema: in twee weken terug naar 0 mg. Zonder pillen gaat het een paar maanden goed en dan helemaal mis.

De derde keer dat ik probeerde af te bouwen, ging het echt lekker met mij. Door de psychotherapie voelde ik me veel stabieler. Ik bouwde dit keer af over een periode van drie jaar (in plaats van twee weken). Als ik ‘clean’ ben gaat het een tijdje redelijk, maar na een paar maanden schrijf ik in mijn dagboek: Ik voel me ziek, kan niet eten, ben enorm gespannen en erg gedeprimeerd; het hoeft allemaal niet meer van mij. Ik zie er als een berg tegenop, maar ik begin weer met Venlafaxine.

In al die jaren heb ik wel veel geleerd. Meer dan vroeger ga ik bij mezelf na wat goed is voor mij. Zonder mijn gevoelens te verstoppen of mij zomaar aan te passen en zoveel mogelijk zonder schuldgevoel over mijn bestaan: ik mag er hoe dan ook zijn. En vooruit, die pillen mogen er ook zijn. Ik slik nu 37,5 mg per dag, terwijl mijn hoogste dosis ooit 150 mg was. Toch hoop ik nog steeds eens zonder pillen te kunnen.

Ik kan inmiddels op een vriendelijker manier met mijzelf omgaan. Mijn eigen gedachten onderzoeken, mindfulness en meditatie, het zijn mijn ankers bij opkomende sombere gedachten en gevoelens. Verder probeer ik regelmatig te leven, niet teveel te eten, weinig alcohol te drinken en veel buiten te zijn.


Wat mijn omgeving kan doen

Niet heel veel. In een slechte periode komen je contacten al snel op een laag pitje te staan. Ik kan dan ook niet iedereen om mij heen hebben, dus dat komt dan ook wel weer goed uit. Sowieso neem ik niemand iets kwalijk. Ik ben zelf heel gesloten geweest over mijn depressies. Pas de laatste jaren vertel ik het vaker aan goede vrienden en nu nog weten niet eens al mijn familieleden van mijn depressies.

Mijn grote geluk is dat ik een ontzettend lieve man heb. Hij is een steun voor mij, omdat hij zo normaal blijft doen als het niet goed met mij gaat. Het is heel fijn dat hij in zulke periodes in ieder geval wel zichzelf blijft. Niet dat hij niet bezorgd is, maar hij blijft naast zijn zorg voor mij ook zijn eigen gang gaan. Dat geeft mij ruimte om weer bij te komen. Mijn inmiddels volwassen zonen zijn alle drie op hun geheel eigen manier leermeesters voor mij. Ik vertel het hun nu wel als het niet goed met mij gaat, zonder dat ik iets van ze verwacht en dat zeg ik er ook bij. Het is genoeg en heel fijn als ze er dan af en toe gewoon zijn.

Tekst: Marianne van Rijsewijk
Fotografie: Allard de Witte

Waar word je blij van?
Meerdaagse wandeltochten maken ver weg van de drukte, mediteren met mijn Sangha, mijn kat die ligt te spinnen, de merel die in de winter op de schutting zit te wachten op de krenten die ik haar voer en gelukkig nog veel meer.

Wie bewonder je? Waarom?
Ik bewonder mensen die ondanks tegenslag in hun leven liefdevol zijn en ik bewonder mensen die ondanks dat ze veel mee hebben in hun leven bescheiden zijn.

Wat is je allergrootste blunder?
Dat ik altijd hardnekkig probeer om blunders te voorkomen? Denk ik toch wel. Fouten maken, vind ik heel vervelend.

Wat is je favoriete boek?
Een kinderboek uit mijn jeugd: Het sleutelkruid van Paul Biegel. Een favoriet boek van mij in moeilijke tijden is: Fear. Essential wisdom for getting through the storm van Thich Nhat Hanh (Nederlandse vertaling: Angst. Wijsheid om stormen te doorstaan).

Wat is jouw guilty pleasure?
Ik dacht eerst: geen idee… Maar vooruit, afgelopen zomervakantie in Engeland, regen, regen en nog eens regen en dan met z’n allen in de auto keihard zingen bij Bon Jovi’s Bed of roses.