Menu
Geen producten in je winkelmand

Frederike Kossmann (24), cultureel antropoloog & dichter, Amsterdam

Wat mijn depressie mij influistert

Ik voel het aankomen
De dagen worden langer
Toch tikt de klok te snel
Eten gaat moeizaam, regelmaat is ver te zoeken
De laag kleding op de vloer van mijn slaapkamer groeit
Als ik thuiskom loop ik eerst even naar mijn kamer
Om te huilen
Dan veeg ik de tranen weg oefen een glimlach in de spiegel en ga weer verder
Dit is nog geen depressie
Dit is een voorloper
In vergelijking met de donkere periodes is dit hoogzomer
Vandaag is een waarschuwing
De oorzaak van beklemmende angst
Ik ken het zwarte gat
Dat wacht als ik dit gevoel niet weg kan krijgen

Ik hoor geen woorden, maar voel het ijskoude welkom  zijn vingers om mijn hart klemmen. Wanneer het wegglijden begint zie ik mijn wereldbeeld veranderen. Ik snap het niet meer. Iedereen lijkt alles zo makkelijk te vinden, terwijl ik al begin te zweten bij het lijstje van keuzes die ik vandaag moet maken: wat ik ga eten, wat ik aandoe. Mijn grootste frustratie als ik dag na dag de routine van het leven afloop is het gebrek aan antwoord op de vraag “waarom vinden mensen dit leuk?” Ik zie het niet. Technisch gezien heb ik het allemaal op een rijtje, studie, vrienden, vrije tijd. Toch kan ik niet begrijpen dat mensen het leven zo interessant vinden.  Natuurlijk zijn er fijne momenten: fietsen in de zon, eten met vrienden, mezelf verliezen in een boek. Die wegen alleen niet altijd op tegen het dagelijkse gevecht om simpelweg te leven.

In de donkerste jaren hoopte ik elke keer als ik het huis verliet dat ik aangereden zou worden. Ik hoopte dat mijn moeder een einde aan haar leven zou maken, zodat ik zonder schuldgevoel  mijn eigen leven kon beëindigen en we samen met papa voor altijd gelukkig konden zijn.

Dit zijn gedachten van de depressie, niet van mij. Gedachten die uiteindelijk voorbijgaan, als het beter gaat. Ze laten een litteken achter, dat blijft. Het gevoel van schuld is onbeschrijfelijk.

Zelfs nu, in de ‘goede’ tijden, verraadt mijn hartslag me nog steeds. De depressieve gedachten dreigen in mijn achterhoofd en hebben valkuilen achtergelaten. Angsten en onzekerheden, trillende handen, een versneld hart, en een dicht geklemde keel. Mijn negatieve zelfbeeld is beschamend. Heeft betrekking tot meer dan alleen mijn lichaam. Ik vind mezelf de meeste dagen niet eens aardig, verbaas me als iemand met me om wil gaan en weet niet of ik iemand een relatie met mij aan zou willen doen. Depressie is een filter over al je gedachten die zijn sporen achterlaat.

Wat ik terug zei

Het is ok.
Ik kan dit.
Het gaat weer voorbij.

Het is ok.
Ik kan dit.
Het is niet voor altijd.

Het is ok.
Ik kan dit.
Zelfs als het blijft.

Ik weet dat mijn gedachten niet rationeel zijn. Dat ze niet waar zijn. Het gaat uiteindelijk wel weer voorbij. Tot die tijd probeer ik ze zin voor zin te vertalen naar wat ze horen te zijn, ook al ben ik het gevoel kwijt. Gelukkig is mijn depressie mild, ik kan de meeste dingen blijven doen, hoogstens op een iets rustiger tempo. Ik weet dat het erger is geweest, maar ik weet ook dat het beter wordt.

Wat (soms) helpt

Om mezelf te accepteren, met alle donkere gedachten, irrationele angsten, al het onverklaarbare verdriet, het gebrek aan levenslust en energie. Ik hóef niet blij te zijn. Het helpt als ik mensen om me heen heb bij wie ik mezelf kan zijn, ongeacht mijn stemming. Af en toe helpt het om een masker op te zetten en te doen alsof ik normaal, of zelfs gelukkig ben.
Het allerfijnste is als er iemand voor me zorgt, die oplet dat ik eet, afwas, mij persoonlijke hygiëne op peil houd. Hoe stom ik het zelf ook vind, ik wil natuurlijk het liefste sterk en onafhankelijk zijn. Heel af en toe helpt het om mijn depressie te bedanken, ik schrijf mijn mooiste gedichten vaak in tranen.

De grootste hulp is mijn moeder, mijn grote voorbeeld. Ik ken niemand die het zo moeilijk heeft gehad als zij, maar ondanks al haar depressies en pijn is ze er nog steeds, is ze er voor mij. Ik weet dat haar verdriet niet altijd even gezond is geweest om in op te groeien, maar als ik dat niet had meegemaakt had ik ook niemand gehad die mij nu zo volledig begrijpt. En had zij er niet op deze manier voor mij kunnen zijn. Het is zo verschrikkelijk waardevol om iemand in mijn leven te hebben die reageert met herkenning wanneer ik vertel wat zich er in mijn hoofd afspeelt. Ik hoef me bij haar nooit schuldig of raar te voelen, en ik weet niet wat ik zonder zo iemand in mijn leven zou moeten.

Het helpt, niet om in mijn depressie te berusten, maar om mezelf te mogen zijn.


Tekst: Frederike Kossmann
Fotografie: Allard de Witte

Waar word je blij van?
De zon, ik ben een zonnepaneeltje. Verder word ik blij van schrijven, fietsen, bewegen in de natuur, maar ook van knusse ruimtes met kerstlichtjes, sjaals breien, met mijn kat op schoot en een kop thee.


Waarom wilde je jouw verhaal delen?

Toen ik bezig was met mijn masterscriptie over de destigmatisatie van psychische aandoeningen zag ik zoveel indrukwekkend kwetsbare mensen. Toen ik gevraagd werd om mijn verhaal te vertellen kon ik eigenlijk geen nee zeggen.


Wat is het beste compliment dat je ooit gekregen hebt?

Mensen die me bedanken dat ik tijd met ze doorbreng, of dat ik bevriend met ze ben, dat vind ik heel bijzonder. Of wanneer iemand zo geraakt is dat ze moeten huilen door een van mijn gedichten. Laatst zei iemand dat ik ze deed denken aan een elfje, omdat ik zo fladderig ben. Aangezien ik ben opgegroeid met mijn hoofd in boeken over magische werelden was dat ook wel leuk om te horen.

Wat is je favoriete boek?
“How to make the beast beautiful – a new story about anxiety” van Sarah Wilson. Dit is een boek dat de manier waarop ik naar de wereld kijk echt heeft veranderd. Het is zo intiem en kwetsbaar, maar zonder in te leveren op wetenschappelijke onderbouwing. Rauw, eerlijk en echt. Je ligt naast Sarah op de vloer tijdens een van haar angstaanvallen en het voelt bijna alsof ik haar hand vasthoud en zij de mijne.


Wat is je allergrootste blunder?

Als enige verkleed naar een feestje gaan. Iedereen zag er normaal uit, maar bij mij stak er een enorm mes uit mijn maag.


Wat is je favoriete woord?
Ik hou heel erg van verkleiningen, overal – je achterzetten. Dan klinkt de wereld een stuk(je) minder bedreigend. Ook hou ik er heel erg van om zelf woorden te verzinnen.