‘Ik was soms al blij met een gesprek van een kwartiertje’
Nona en Marijke
Hoe diep Nona (19) ook wegzakt, moeder Marijke (57) daalt met haar mee in de put. Ze twijfelt over de aanpak van therapeuten en kiest voor connectie. ‘Ze was mijn engeltje in een tijd waarin ik me heel onbegrepen voelde.’
Hoe kan het nu toch, denkt Marijke vaak, dat niemand haar dochter Nona echt lijkt te zien. Geen enkele hulpverlener lukt het om tot haar door te dringen, contact te maken. Iedere keer weer ziet ze Nona met hangende schouders en een verdrietige blik in haar ogen terugkomen van de gesprekken.
Vragen ze haar wel hoe het echt gaat? En wat gebeurt er precies tijdens die gesprekken? Nona is na de sessies duidelijk aangedaan en vertelt er summier over. Ze voelt zich niet op haar gemak, zegt ze tegen Marijke. Er wordt weinig gevraagd, vooral veel gezegd. Dat Nona zich somber voelt komt vast door de scheiding van haar ouders, een stoornis in het autismespectrum of door anorexia, zeggen ze. ‘Dat is het niet’, zegt haar dochter steeds opnieuw, maar de diagnoses blijven elkaar opvolgen.
Non-stop chagrijnig
Een paar jaar eerder, halverwege 2018, lijkt het allemaal nog niet zo complex. Moeder Marijke merkt dat Nona steeds iets minder lacht, niet meer afspreekt met vriendinnen en non-stop chagrijnig is. Is er gedoe op school of is het simpelweg de puberteit? Hun band is altijd sterk geweest, maar de verbinding is al weken zoek. Dus klopt ze op een avond op haar kamerdeur en gaat binnen. Nona kijkt verdrietig op. ‘Het gaat niet goed met je, hè?’, zegt Marijke. ‘Nee’, zegt ze, en dan komt alles eruit.
Angst voor overgeven
Nona weet zelf heel goed wat er aan de hand is. Nadat eind 2018 een dronken vriendin out gaat op een feestje en daarna verschrikkelijk moet overgeven, triggert dat bij haar een extreme angst voor overgeven. Op onverwachte momenten flitsen de beelden van die avond in haar hoofd voorbij. Paniek voelt ze dan. Nona wil absoluut niet misselijk worden en eet daarom nooit te veel én steeds iets minder. Tegelijk denkt ze: waar slaat dit op? Waarom doe ik zo moeilijk? ‘Ik schaamde me kapot voor mijn eigen gedrag, maar kon het niet veranderen. Ook al vertelde ik veel aan mama, hier hield ik mijn mond over.’
In de sessies met hulpverleners valt steeds vaker het woord anorexia. Zelfs wanneer Nona uiteindelijk opbiecht dat het een angst voor overgeven is. ‘Hoe vaak ik ook vertelde over de somberheid en de angst voor overgeven, elke psycholoog of psychiater zei op een zeker moment: “Ik denk toch dat het anorexia is.” Terwijl: ik wilde helemaal niet dun worden!’
Alsjeblieft, denkt ze vaak in die tijd, laat er één hulpverlener zijn die mij gelooft. Alleen door haar ouders en zus Kiki voelt ze zich gezien. Die staan naast haar, terwijl alle andere betrokkenen langs haar heen lijken te kijken. Gek wordt ze daarvan.
Als Nona halverwege 2021 in het ziekenhuis terecht komt met extreem ondergewicht, besluit ze het uit pure wanhoop zelf maar om te draaien. ‘Het klinkt krom, maar mijn redenering werd: als ik nu besluit dat ik anorexia heb, word ik dan wel geholpen? Dat niet eten ging me toch al goed af. Achteraf denk ik: alles was één grote schreeuw om hulp.’
Wanhoop
Bij de positief ingestelde Marijke begint het vertrouwen in een goede afloop langzaam af te brokkelen. Met wie ze ook praat, Nona wordt niet beter. Is haar eigen rol wel goed? Moet ze niet meer doen dan luisteren en hulpverleners zoeken? Nona is zo dun geworden dat ze nog amper kan lopen. Naar school gaan doet ze niet meer en ze zit hele dagen op de bank apathisch voor zich uit te kijken. Alleen tijdens hun dagelijkse wandelingen door de Biesbosch vertelt haar dochter soms nog over de wanhoop die ze voelt tijdens al die gesprekken met hulpverleners.
Omslag
Als ze overgaan op dwangvoeding, loopt Marijke de kamer uit. Ze wil niet kijken naar hoe Nona tegen haar zin in gedwongen voeding krijgt ingespoten. ‘Dat kon ik niet aan. Ik ben zo tegen dwang, maar wist dat het niet anders kon.’ Hoe heftig dat moment ook is, het wordt voor haar dochter de ommekeer. De dag na de dwangvoeding besluit Nona: ‘Ik wil niet aan anorexia dood.’ Ergens vanbinnen voelt ze: als ik sterf, moet het waardig. Van de kinderarts hoort ze dat het bespreken van een euthanasietraject alleen mogelijk is als ze aangesterkt is. ‘Oké, dan ga ik eten’, bepaalt ze.
Voor Marijke is dat misschien wel de meest ingewikkelde periode van Nona’s ziekbed. Want wat doe je als het kind waar je zoveel van houdt, die wens heeft? Haar serieus nemen, besluit ze. ‘Als ik haar gevoel zou erkennen, kon ik haar misschien in leven houden. Dat hoopte ik tenminste.’ Terwijl Nona langzaam aansterkt in een anorexiakliniek, vertelt ze Marijke dat ze een boek wil schrijven. Met haar verhaal, voor alle meisjes die zich net zo onbegrepen voelen door hulpverleners.
Marijke ziet hoe het plan haar houvast geeft. Voor het eerst heeft Nona weer ergens zin in. Drie maanden lang schrijft ze iedere dag. Maar dat ze schrijft en weer eet, betekent niet dat het beter gaat, benadrukt Nona keer op keer. Dus luistert Marijke en houdt ze haar gevoelens van hoop voor zichzelf. ‘Ik was zo blij dat ze weer iets deed’, zegt Marijke. ‘Al dacht ik weleens: dat boek is toch niet haar afscheid?’
Een gewoon gesprek
Ook ontmoet ze een therapeut die naar haar luistert. Die niet staart met een notitieblok in de hand. ‘Bij haar voelde ik me veilig. Het was alsof ik een gewoon gesprek voerde, met grapjes tussendoor. Dan zei ze: “Ik hoor dat het kut gaat vandaag, vertel eens?” Het voelde bijna normaal; dat heb ik zo gemist daarvoor.’
Als ze een weekend bij haar vader is met zus Kiki, moet ze door een opmerking van hem even glimlachen. ‘Het was zo vreemd, ik had al maanden niet gelachen. Dat was het eerste moment waarop ik zelf durfde te denken: volgens mij gaat het iets beter. Eerst wilde ik beter worden met het idee om rustig te kunnen sterven, maar opeens voelde ik iets van zin in het leven.’
Wanneer ze een paar weken later met moeder Marijke door de Biesbosch loopt, over hun vertrouwde paadje, schraapt ze haar keel. ‘Mam, ik heb het gevoel dat het iets beter gaat’, zegt ze, heel voorzichtig en nog altijd met een beetje ongeloof in haar stem. Marijke knuffelt haar. Met vallen en opstaan gaat Nona weer de wereld in. Ze vindt een uitgever voor haar boek en het verschijnen daarvan opent het gesprek met oude vriendinnen. Het lukt haar om contacten te herstellen, ze spreekt weer af én geniet van het kletsen. Marijke is ongelooflijk blij dat haar dochter vanuit zo’n dieptepunt weer is opgekrabbeld. ‘Maar ik ben het meest trots dat we ondanks alles het contact samen nooit verloren zijn.’
Naastenverhaal
Marijke: Wees open naar andere gezinsleden zoals broertjes of zusjes. Achteraf vind ik: ik heb Nona’s zus Kiki tekortgedaan. Zij heeft zich zoveel mogelijk onzichtbaar gemaakt om ons niet tot last te zijn. Kiki wilde altijd graag weten hoe het ging en ik heb haar te vaak willen beschermen door niet te vertellen hoe slecht het soms ging met Nona. Dat vond Kiki heel lastig. Het heeft haar juist extra ongerust en onzeker gemaakt. Bedenk als ouder: de waarheid is altijd minder erg voor broers of zussen dan de onzekerheid die onduidelijkheid met zich meebrengt.
Bedenk dan dat iemand die depressief is, zich waarschijnlijk ontzettend eenzaam voelt. Nona kende bijvoorbeeld niemand die zich voelde zoals zij. Daarom ben ik heel blij geweest met het advies om altijd naast Nona te blijven zitten en heb ik geprobeerd om me in te leven in haar gevoelens. Ik wilde haar zo graag laten voelen en ervaren dat niks gek of raar is. Alles is al een keer eerder door iemand gevoeld. Je bent nooit alleen. Zij vond het heel fijn om te horen dat ze niet de enige was.
Interview door Rianne van der Molen en Alles de Witte. Meer van Nona en Marijke lezen? Bestel dan het boek Alles Goed?