‘Vaak heb ik te laat door dat ik zelf ook hulp nodig heb’
Als de één valt, vangt de ander op. Ergens vinden Emily (34) en Björn (37) het prachtig dat ze die steun vinden bij elkaar, maar ze weten ook hoe precair het evenwicht soms is in hun leven.
Ze ontmoeten elkaar op de universiteit in Wageningen, waar ze allebei biologie studeren. Hij valt op haar lieve glimlach en vindt haar mysterieus. Zij wordt smoorverliefd op de vrolijke en sportieve medestudent met die mooie ogen, die tijdens hun afspraakjes maar vragen blijft stellen.
Ze is gevoelig, merkt hij al snel. Als ze samen slapen, begint Emily soms zomaar te huilen. Hij troost, vraagt en wacht. Ik ben zo bang dat je bij me weggaat, zegt ze uiteindelijk. Björn is haar eerste vriendje en bij hem vindt ze een liefde die ze nooit eerder heeft gevoeld. Ze is al haar hele leven onzeker over zichzelf, maar pas in gesprek met hem begint ze langzaam te ontrafelen waardoor dat komt.
Stress
Het gepest op de middelbare school, een moeder die vanuit het niets in woede kan uitbarsten en haar uitlacht als ze eindelijk over de pesterijen vertelt. ‘Het is niet normaal’, zegt Björn, ‘dat je steeds moet huilen als je moeder belt. Het is niet normaal dat ze niet naar je luistert. En het is niet normaal dat ze alleen maar over zichzelf praat.’
Voor het eerst durft Emily haar frustraties en angsten met iemand te delen. Björn luistert, houdt haar vast en laat haar keer op keer weten dat hij gek op haar is. Langzaam verdwijnt de somberheid en voelt ze zich weer vrolijk worden. Die periodes komen en gaan blijkbaar, denkt ze dan.
Luchtig
Linnea wordt in 2017 geboren. Door extreme misselijkheid geniet Emily niet echt van de zwangerschap, maar na de bevalling is het stel -ondanks het slaapgebrek – blij met het knusse coconnetje waar ze samen inzitten. Wel is het schrikken als Linnea bij het eerste bezoek aan het consultatiebureau een aandoening blijkt te hebben waardoor ze niet kan zien.
Terwijl Emily na de diagnose van hun dochter verdrietig is, veert hij juist op. ‘Als er iets misgaat, schiet ik in de actiemodus.’ Op die momenten is Björn op zijn best. Hij bedenkt direct het plan om in een week het Pieterpad tussen Groningen en Limburg af te leggen, om geld op te halen voor een goed doel dat zich inzet voor een snellere diagnose bij blinde kinderen.
Kraamtranen
Als hij Emily jaren later, na de geboorte van hun tweede kindje Noah, weer somber ziet worden, reageert hij net zo. Zij laat hem weten in paniek te zijn en weet niet goed of ze na het vertrek van de kraamzorgster de kinderen kan verzorgen. En waarom kan ze niet gewoon lachen naar haar baby? Dat is toch raar? Hij luistert, stelt haar gerust en troost.
Maar Björn ziet Emily steeds vaker huilen. Als er een broek van de waslijn valt of wanneer ze haar sleutels even kwijt is, kan ze hulpeloos snikken. Ze lijkt dan tot niets in staat. Hij geeft haar een knuffel, zoekt naar de sleutels en hangt de broek maar weer op. Wel een heftige reactie, denkt Björn, of zijn dat gewoon de hormonen? Ze is immers net bevallen en ze slapen allebei amper.
‘Ik raakte in paniek van het in paniek zijn’, zegt Emily nu over die momenten. ‘Ik was bang dat ik geen goede moeder was en dat gevoel werd bevestigd als ik niet reageerde op het gehuil van Noah. Daar raakte ik dan weer van in paniek.’ Er volgt een gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts, maar diens advies om eens wat vaker een wandelingetje alleen te maken blijkt weinig op te lossen.
Hulp
Tot het bijna misgaat. Emily weet nog hoe ze midden in de nacht Björn wakker maakte. Even daarvoor had ze zich zachtjes aangekleed, haar schoenen al in de hand. Ze dacht: Ik ga het bos in. Ergens op de bosgrond liggen. Tussen de bomen. Gewoon liggen. Alleen maar liggen.
Het was geen actieve doodswens, denkt ze achteraf. Maar vlak voor vertrek realiseert ze zich wel dat haar vertrek naar het bos niet oké is. Ze kan niet zomaar weg van haar man en kinderen. Ze vraagt Björn om haar vast te houden. Praten kan ze niet. Hij neemt haar in zijn armen. Zo liggen ze daar, zwijgend, tot het weer dag wordt.
Die ochtend belt Björn de spoedeisende hulp en wordt een plan in gang gezet. Het crisisteam neemt de klachten van Emily direct serieus en dringt aan op een opname. Ze kan terecht in een moeder-kind-unit van een ziekenhuis. Daar krijgt ze slaapmedicatie, voert gesprekken met een psycholoog, krijgt verschillende soorten therapie en hulp met de verzorging van Noah. In eerste instantie voelt ze weinig verbetering, maar langzaam wordt ze minder somber. Het geeft Björn hoop. ‘Na een paar weken zei ze: vandaag heb ik fijn gewandeld. Dat was voor mij een punt waarop ik dacht: zal het nu beter gaan?’
Naar huis
Emily gaat vooruit. Het zorgen voor Noah gaat beter, ze huilt minder en lacht weer af en toe. Na drie maanden mag ze naar huis. In de laatste weken voor vertrek maakt ze op aanraden van één van de therapeuten een crisisdoosje, te gebruiken bij oplopende spanning. Er zitten vanillestokjes in, waar ze aan kan ruiken ter kalmering. Plus zuurtjes die haar wakker kunnen schudden als ze te veel in gedachten zinkt en foto’s van haar man en kinderen die haar blij maken.
Ondanks dat ene moment, gaat ze vooruit. De somberheid vervaagt, ze lacht weer naar haar kinderen en oefent om alleen met ze thuis te zijn. Langzaam merkt Emily dat er weer energie door haar gaat stromen. Ze besluit te re-integreren op haar werk en mag daar starten met simpele klusjes in het laboratorium. Thuis werkt ze ondertussen aan een boek over haar postpartum depressie en ze voelt hoe helend het is om alles op te schrijven. ‘Ik voel me nu weer goed en normaal, maar weet dat ik gevoelig blijf voor depressie. Of ik een volgende periode kan voorkomen, weet ik nu nog niet goed. Ik zit de komende twee jaar nog in therapie. Maar ik kan beter praten over mijn gevoelens, sneller om hulp vragen en weet hoe ik een cirkel van negatieve gedachten enigszins kan doorbreken. Ik ben op de weg terug.’
Nu is het zelfs zo, dat zij vaak de schouder moet zijn voor Björn. Precies op het moment dat Emily opknapte, kreeg hij de rekening van het maandenlange zorgen, regelen, werken, luisteren en troosten. Uitgeput kwam hij thuis te zitten. ‘In onze relatie is het net iets te vaak: ik zorg voor haar of zij zorgt voor mij’, merkt hij. ‘Daardoor voelt ons leven als een dun evenwicht. Iets te dun soms.’
Naastenverhaal
Björn: Ik vind het verschrikkelijk dat het nu andersom is. Dat is misschien wel mijn grootste frustratie. Op slechte momenten denk ik: jij begon met die postpartum depressie en ik had toen gewoon een baan als leraar biologie, een sportbedrijf en was personal trainer. Nu zit ik ziek thuis, is mijn bedrijfje gestopt en kan ik niet werken. Alles wat ik heb opgebouwd ligt plat, maar jij bent weer vrolijk bezig. Op die momenten voel ik frustratie en boosheid naar Emily toe. Niet naar haar als persoon, maar wel dat we als gezin nog steeds worstelen met de nasleep van die periode.
Ik heb vaak te laat door dat ik zelf hulp nodig heb. Toen het met Emily zo slecht ging, dacht ik het allemaal wel aan te kunnen. Ik ben duursporter en gewend om af te zien. Of je nu 24 uur achter elkaar gaat rennen of een jaar lang alles thuis moet regelen; voor mij voelde dat ergens hetzelfde. Ik dacht steeds: dit is wat ik kan. Ik zag het als een wedstrijd die ik simpelweg moest overleven.
Wat Emily betreft was ik optimistisch toen ze uiteindelijk werd opgenomen, maar ik heb in die tijd niet goed op mezelf gelet. Want toen ik daarna een burn-out kreeg, zeiden verschillende familieleden: heb je dan niet heel lang de signalen genegeerd? Dat deed ontzettend pijn en dan dacht ik ook: is dat eigenlijk zo?’
Als het slecht gaat, heb ik de neiging om heel druk te worden. Dan ga ik bijvoorbeeld in turbomodus het huishouden doen. Want als ik de kamer stofzuig, voel ik me nuttig. Verder probeer ik me af te sluiten. Dat is niet zo makkelijk, want we wonen in een nogal klein huis. Maar dan ga ik bijvoorbeeld in het schuurtje zitten, in mijn eentje.’
Emily’s onvoorwaardelijke liefde voor mij houdt onze relatie overeind. Het is extra knap omdat ze van huis uit die onvoorwaardelijke liefde niet heeft meegekregen. Daar ben ik dus heel dankbaar voor.
We willen samen onze kinderen leren dat het oké is als je boos of verdrietig bent. Dat die emoties bij het leven horen. Ik denk dat het heel schadelijk was dat Emily die emoties vroeger steeds moest wegdrukken. Daarom zijn wij er open over. Laatst moest ik even huilen tijdens het eten. Dan zegt Emily tegen de kinderen: ‘Papa moet even huilen, hij is moe en verdrietig.’ Ik ben heel trots dat we in ons gezinnetje zo open zijn.
Tips
Zorg goed voor jezelf. Dat klinkt zo logisch en vanzelfsprekend en is toch zo moeilijk. Er gaat niets boven je (mentale) gezondheid. Zelfs niet een baan of een inkomen. Terwijl ik heel lang dacht dat ik dat in ieder geval moest vasthouden. Maar nu zijn we alsnog omgevallen en is er steun van de gemeente. Kortom: er zijn altijd oplossingen, dus sta jezelf toe om pauze te nemen. Hoe moeilijk dat ook is.
Schrijf op wat je nodig hebt. De kans is groot dat daar ook praktische dingen tussen zitten. Wij hadden veel mensen die ons graag wilden helpen. Door dingen op te schrijven, ontdekte ik bijvoorbeeld dat ik het fijn vond als er af en toe iemand voor ons kookte.
Ook vond ik het fijn dat iemand me zou stimuleren om te sporten. Ik was vaak zo moe, dat ik daar niet aan toe kwam. Terwijl: ik weet dat het me uiteindelijk energie geeft. Tegen een vriend zei ik: wil je eens per week voor mijn deur staan en vragen of ik meega? Dat heeft me echt geholpen, want daardoor ging ik zelfs als ik moe was of geen zin had.’
Interview door Rianne van der Molen en Alles de Witte.