Verhaal van Rob
Gevangen in spanning. Een spelletje zo dom. Wat voegde het toe aan mijn leven? Waarom was winnen en verliezen zo belangrijk? En waarom heb ik jarenlang zelfdestructief gedrag gehad?
Mijn verslaving roept nog steeds vragen op die ik niet kan beantwoorden. Depressief was ik gek genoeg niet. Ik heb ook nooit een burn-out gehad. Geen slechte jeugd.
Ik gok al jarenlang niet meer. Ik hoef die vragen ook niet te beantwoorden, maar het zou me wel meer duidelijkheid geven over degene die ik toen was.
Wat ik wel weet; gokken gaf mij spanning én ontspanning. De spanning van iets doen wat niet kan of niet hoort. Het even niet zo’n leuke gozer hoeven te zijn. Ervoor zorgen dat anderen er niet achter kwamen dat ik iets deed wat helemaal niet bij me past.
Ik zat gevangen in een vicieuze cirkel en kwam er niet uit
Verloor ik geld, dan wilde ik het terugwinnen. Won ik iets, dan voelde dat zo goed dat ik meer van dat gevoel wou. Het gaat niet meer om geld, het gaat om een gevoel.
Zinnen die anderen tegen me zeiden, kon ik niet verdragen:
“Gewoon niet meer doen.”
“Stop gewoon, dan komt het wel goed.”
“De gokaanbieders zijn de grote winnaars.”
De waarde van geld bestond niet wanneer ik gokte. Had ik honderden of duizenden euro’s vergokt in een kort tijdsbestek, dan maakte ik me daarna druk over hoe duur een treinkaartje was of iets anders onbenulligs. Pas als ik alles verloren had, werd het ineens weer iets echts.
Stelen was ook iets wat mij spanning gaf. Ik ben flink gestraft (en terecht) en heb het vertrouwen van mensen beschadigd. Meerdere keren ben ik ontslagen, en toch leerde ik er niets van. Ik besef nu wat ik gedaan heb en heb daar natuurlijk spijt van.
Niemand kon mij van het gokken afhelpen, behalve ikzelf
De vicieuze cirkel heb ik doorbroken door een andere mindset. Ik wilde dit niet meer. Dit kan mijn leven niet zijn. Vader worden én gokverslaafd blijven, dat kan gewoon niet. Dit kan het leven toch niet werkelijk zijn? De trots en het zelf kunnen zien dat ik een leuke gozer mag zijn die sociale dingen doet, is wat me ervan af houdt.
Stoppen met gokken. Het nog eens proberen. Kijken of het me lukt om een week niet te gokken. Ja, dat lukte. Nu een maand. “Wow, dat voelt lekker.” Nog een maand proberen. Trots zijn op mezelf (en dat ergens ook weer belachelijk vinden dat ik om zoiets trots ben). Een half jaar. Een jaar!
Trots zijn op het blijven uitstellen en op het fijne gevoel dat me dit gaf. Ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Wie ben ik eigenlijk? Wie wil ik zijn? Die vragen stelde ik mezelf vaak.
Ik wist wel dat wat ik jarenlang gedaan had, mij helemaal niets zou brengen. Niet financieel, maar zeker ook niet als je denkt aan de zin van het leven.
Ik denk dat ik de nieuwe Rob gevonden heb. Rob 2.0
Nu heb ik al jaren geen drang meer om te gokken. Counselingcursussen gedaan. Vrijwilligerswerk bij een hospice. Goed zijn voor de mensen om me heen. Mensen willen helpen die ook in een vicieuze cirkel zitten, bracht me bij Parnassia. Ik deed een korte cursus ervaringsdeskundigheid en dat smaakt naar meer.
Mensen zeggen dat je altijd verslaafd blijft. Dat wil ik voor mezelf nuanceren. Als ik het ooit weer zou doen, dan is het echt foute boel en ga ik er waarschijnlijk weer helemaal voor. Dat houd ik tegen. Maar het is ook geen echte drang meer.
Het fijne gevoel dat gokken mij gaf, is moeilijk te omschrijven. Ik kan dat gevoel nog oproepen. Soms doe ik dat expres. Niet door te gokken, maar door dat gevoel heel even toe te laten. Dat laat me even balanceren op een grens. En ik merk dat ik sterk genoeg ben om die grens niet meer over te gaan. Het zit nog in mijn gedachten, maar het maakt mij niet meer kapot. Ik doe dat steeds minder. Maar alleen al het besef van dat gevoel is genoeg om bij die verslaving weg te blijven.
Ik ben meer van mezelf gaan houden
Hoe sta ik er nu voor? Hoe trots ben ik op mezelf? En wat kan ik nog verbeteren? Het voelt goed om hierover na te denken. Ik voer dit gesprek met mezelf vaak.
Ik vind mezelf eigenlijk ook wel een goede gesprekspartner. Ik lach tenslotte ook om mijn eigen grapjes, dus dat zal wel een beetje in die lijn liggen.
Mijn vader is ondertussen overleden. De man waar ik altijd tegenop keek. Mijn vriend. Mijn veilige haven. Was ik maar half zo’n goede vader als hij. Hij was ook ontzettend sociaal. Hij zou nu trots op me zijn. En dat sterkt mij.
Als ik straks tachtig ben en ik kijk terug, zie ik dan alleen een gokverslaafde? Of zie ik ook een mooi mens? Ik zit op de helft. Ik voel dat ik iets goed te maken heb. Met hoe ik in de wereld sta, maar ook met mezelf.
Dit is wat ik wil. Dit is mijn nieuwe pad.