Verhaal van Jeanette
Van grijs naar kleur
Toen ik zes jaar was, gingen mijn ouders uit elkaar, mede door het alcoholgebruik van mijn vader. Daarna heb ik vijfentwintig jaar geen contact meer met hem gehad.
In 2014, ik was toen 34, was ik bezig met een vergevingsproces richting mijn vader. Tegelijkertijd kreeg ik van mijn moeder het boek Ongewoon gesprek met God van Neale Donald Walsch. De inhoud raakte me diep. Het voelde alsof ik iets terugvond wat ik altijd al had gekend. Van het ene op het andere moment voelde ik me sterk verbonden met het universum. Alles leek helder en logisch.
Maar het was te veel. Achteraf denk ik dat verschillende dingen tegelijk samenkwamen. Het vergevingsproces, het boek en oude pijn die ineens naar boven kwam. Ik kon de hoeveelheid indrukken niet meer verwerken. De euforie sloeg om in angst. Herinneringen overspoelden me en uiteindelijk belandde ik in een psychose. Zelf noem ik het liever een spirituele crisis.
Ik werd per ambulance opgenomen. Alles voelde onveilig. Ik kende niemand, wist niet wie begeleider was en wie patiënt. Gelukkig was ik vrijwillig opgenomen en mocht ik al snel naar mijn moeder om verder te herstellen.
Het zelfstigma
Daarna volgde een lange en diepe depressie. Een maand eerder stond ik nog vol levensenergie in het leven; nu was alles grijs geworden. Ik had suïcidale gedachten en zag geen toekomst meer.
Misschien nog zwaarder dan de depressie was de schaamte. Ik was ervan overtuigd dat iedereen aan mij kon zien dat ik “gek” was geweest. Achteraf besef ik dat vooral ikzelf mij veroordeelde. Dat zelfstigma hield mij langer gevangen dan de opname zelf. Pas toen ik milder naar mezelf leerde kijken, ontstond er ruimte om te herstellen.
Na een moeilijke periode mocht ik deelnemen aan een herstel- en balansgroep. Dat werd een belangrijk keerpunt. Niet alleen vanwege de therapie, maar omdat ik weer onderdeel werd van een groep. Iedereen had een ander verhaal, maar we begrepen elkaar. Voor het eerst voelde ik me niet alleen.
De groep gaf mijn dagen weer structuur. Twee dagen per week had ik een reden om de deur uit te gaan. Thuis kwamen de muren op me af. Daarnaast was er mijn zoon van vier. Hij moest iedere dag naar school en juist hij gaf mij, samen met de groep, een reden om op te staan. In die periode heb ik letterlijk opnieuw moeten leren leven.
Spiritualiteit heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Tegelijkertijd heeft die meerdere keren voor ontwrichting gezorgd. Niet alleen in 2014, maar ook in 2016, 2017, 2020 en 2021.
Na bijna iedere episode volgde opnieuw een depressie. Twee keer werd ik gedwongen opgenomen. Eén keer belandde ik zelfs in de separeercel. Dat voelde onrechtvaardig. Ik deed niemand kwaad en gebruikte geen geweld. Ik wilde de episode zonder medicatie doormaken, omdat ik mijn verbondenheid met God niet kwijt wilde raken. Mijn omgeving dacht daar anders over.
Na de verschillende opnames bleef een laag zelfbeeld terugkomen. Negatieve gedachten draaiden als een langspeelplaat in mijn hoofd: je bent niks, je ziet er niet uit, zie je wel dat je het niet kunt. Ze leken eindeloos door te gaan.
Wat ik tijdens al mijn opnames misschien nog wel het meest heb gemist, was een eenvoudige vraag: “Wat heb jij eigenlijk meegemaakt tijdens je psychose?” Niemand stelde die. Alsof alleen de symptomen belangrijk waren en niet mijn eigen ervaring. Ik denk dat daar nog veel te winnen valt in de geestelijke gezondheidszorg.
Dankbaar
Een begeleider gaf mij het advies om iedere dag op te schrijven wat er wél goed ging of waar ik dankbaar voor was. Daar had ik eerst helemaal geen zin in, maar ik besloot het toch te proberen. Het was namelijk niet zo dat ik (zelf in die donkere periode) niet dankbaar kon zijn. Ik had gewoon helemaal geen zin om dingen op te schrijven dat deed ik nooit. Zelf lees ik het nu alsof het onnatuurlijk voor mij was om dankbaar te zijn. Dat was niet het geval. Ik noemde het mijn lichtpunten, later mijn verwonderingen. Soms was het niet meer dan een kop koffie die iemand voor me zette, een lieve opmerking van mijn zoon en man of een vogel die prachtig zong.
Door iedere dag bewust stil te staan bij wat wél goed ging, verschoof langzaam mijn aandacht. Na ongeveer een maand merkte ik dat de negatieve gedachten veel minder aanwezig waren. Die eenvoudige oefening heeft mijn herstel enorm geholpen.
Gelukkig stond ik er niet alleen voor. Mijn familie bleef naast mij staan, ook al begrepen ze niet precies wat ik had meegemaakt. Ze hoefden het niet te begrijpen om mij toch te steunen. Ook mijn werkgever heeft mij, ondanks alle opnames, nooit opgegeven. Die trouw gaf mij de rust om stap voor stap verder te herstellen.
Als ik terugkijk, zie ik niet alleen de psychoses en depressies. Ik zie vooral hoeveel ik heb geleerd. Ik ben milder geworden voor mezelf. Ik weet hoe belangrijk verbinding is en hoe groot de kracht van kleine lichtpuntjes kan zijn.
Bovenal ben ik dankbaar dat ik, ondanks alles, mijn vertrouwen in God nooit ben verloren. Ik ontmoet Hem in mensen, in vogels, in bloemen en in de kleine momenten van iedere dag. Waar mijn wereld ooit van kleur naar grijs veranderde, weet ik nu dat kleur altijd weer terug kan komen. Misschien is dat wel wat herstel voor mij betekent.