Menu
Geen producten in je winkelmand

Rick Kwee (32), Schrijver en blogger.

Het is vijf uur ’s nachts en ik sta in een club in Berlijn. Ik dans, lach, klets en geniet. Zoveel vriendelijke gezichten om me heen, en nog zoveel avonturen te beleven. Ik ben wakker.


Demonen van de nacht

In mijn nachtmerries zag ik honderden hoofden; mijn depressie had vele gezichten. De ene keer was het een oude schoolgenoot die me niet mocht, de andere keer een norse man uit een film die ik gezien had. Allemaal haatten ze me en allemaal schreeuwden ze, als de fysieke gewaarwording van het gezwel dat in mij groeide.
Overal waar ik keek doemden luidruchtige koppen op. De ondraaglijke kou leek de hoofden aan te trekken. Loser, klootzak, hondenkop, flikker, nietsnut, smerig varken, lul. Scheldwoorden wisselden zich af met beelden van minachting en afschuw. Elke klank die mijn gehoorgang raakte zorgde onherroepelijk voor breuken in mijn fragiele schedel, maar nooit kwam ik tot een bevrijdend moment waarbij mijn schedel het zou begeven. Nooit kwam het tot dat moment waarop het lijden zou stoppen en de hoofden me met rust zouden laten. Ik zat vast.

Met pijn en moeite probeerde ik om me heen te kijken, maar het leek of de spieren in mijn nek niet meer toestonden dat ik mijn blik op iets anders richtte. Ik voelde hoe de rek in mijn huid afnam en hoe mijn draaibeweging klein werd gehouden. Als ik ook maar een millimeter te ver reikte, scheurde het vlees in als een landschap dat te lang door droogte was geteisterd. En zo bleef er niets anders over dan het absorberen van de denigrerende commentaren op mijn zijn, net zolang totdat ze onderdeel van mijn persoonlijkheid waren geworden.


Zwarte dagen

Ik kon niet slapen. De nacht bracht buiten het gebrek aan zicht ook een gebrek aan realiteitszin met zich mee. Wat was echt? De slapeloosheid legde een donkere sluier over mijn dagen. Ik voelde me nooit serieus genomen, een lachertje, een mens wiens waarde afhing van de oordelen van anderen. Een eenling, die zich tegelijkertijd nooit eenzaam hoorde te voelen door de vele mensen om hem heen. Maar hoe vaak ik mezelf ook vertelde dat ik alleen was en niet eenzaam, het hielp niet om de paniek in mijn menselijke lichaam het hoofd te bieden. Vaak voelde het alsof ik niet eens in het hier en nu aanwezig was. Ik zat vast in een zwarte wereld, waar de sluier van verdriet me weerhield van écht menselijk contact. Zielloos.

Wanneer ik opgeschrikt werd door de schreeuwende koppen, zag ik mezelf als klein jongetje. Een jongetje dat liefhad. Een jongetje dat probeerde om gehoord te worden, om gezien te worden, zonder oordeel. Maar juist de hoofden lieten dat niet toe: ze bulderden door de grote leegte, echo’s achterlatend die de ruimte opvulden met zwaarmoedige bassen. Wat overbleef was een tunnel waarin een oorverdovend kabaal tegen het beton stuiterde, een plek waar menselijke zielen opgeslokt werden en tot in het einde der tijden gemarteld werden.


De angst voorbij

Kom me maar halen. Draag mijn zielloze lichaam maar weg, ik doe geen moeite meer. Ik ben klaar met vechten.
Elk afzonderlijk hoofd keek ik aan, diep in de ogen. Ik wist dat ik niet van ze zou winnen. Ik wist dat hoe harder ik zou proberen ze te negeren, hoe dichter ze bij me zouden komen. En ik zou me altijd zo blijven voelen, dit honderd-koppige monster zou nooit terug in zijn kooi kruipen.

Maar toelaten was geen opgeven. Het plezier was eraf, toen de hoofden wisten dat ze me al hadden. Ik voelde het wanneer ze eraan kwamen, en anticipeerde op hun komst. In plaats van te schrikken, leerde ik ze een voor een kennen. Ik liet ze zien dat ik niet meer bang voor ze was, dat ik accepteerde dat ze voortaan in mijn leven zouden zijn. Ze mochten er zijn, maar wilden dat niet meer, toen ze voelden dat ze geen kwaad meer konden aanrichten. Ze lieten me steeds vaker met rust, en hoe meer rust er kwam, hoe meer ruimte er was voor energie. Ze verdwenen, terug in de donkere materie waar ze vandaan kwamen.


Stilstaan

Inmiddels weet ik dat de hoofden onderdeel van mijn wereld zijn. Ze laten zich zien, wanneer ik me laat meeslepen in de waan van de dag, wanneer ik onvoldoende aan mezelf denk en stil sta bij wat ik voel. Het helpt me om dan bewust een moment van rust te pakken, weg van de energie van anderen. In de stilte van enkel mijn eigen aanwezigheid is het soms makkelijker om erachter te komen wie of wat ruis veroorzaakt. Maar de hoofden zijn sluw. In diezelfde stilte weten ze dat ik het meest kwetsbaar ben en voelen ze mijn angst.


De veilige haven

Ik weet dat ik niet alleen ben in mijn strijd tegen de hoofden. Wanneer ik de rust zelf niet kan herpakken, schakel ik de hulp in van mijn dierbaren of een coach. Zij helpen me door naar me te luisteren: zodra ik mijn gedachten of problemen uitspreek, voelt het al alsof ik ze niet meer in mijn eentje hoef te dragen. Bovendien weet ik dat zij me advies kunnen geven en kunnen helpen bij het ordenen van de chaos in mijn hoofd door bijvoorbeeld vragen te stellen. Tegen hen kan ik eerlijk mezelf zijn, want zij begrijpen mij en oordelen niet. Zij zijn mijn veilige haven.

Wat doe je in het dagelijks leven?
Onder de vlag van mijn bedrijf Black Dogs probeer ik mensen de dag door te helpen. Aandacht en begrip voor de uitdagende situatie waar ze in zitten zijn daarbij erg belangrijk, maar ook probeer ik mijn gesprekspartners te inspireren door het gebruik van alledaagse middelen, zoals muziek, films, Youtube of Instagram. Zo hoop ik, samen met hen, de balans te vinden tussen individualisme en saamhorigheid.

Waar word je blij van?
Als ik alleen ben word ik blij van schrijven, fotografie en muziek. In deze drie dingen kan ik mezelf compleet verliezen: ze zijn mijn vorm van meditatie. Ik kan de hele dag in de stad ronddwalen om de voor mij perfecte foto te schieten of urenlang met mijn synthesizers spelen.
Als ik met anderen ben word ik blij van mooie, oprechte contacten. Ik hou van de momenten waarop je je met iemand anders verbonden voelt en iets samen deelt, vanuit dezelfde interesse of denkwijze.

Wat vind je belangrijk in het leven?
Ik vind de directe mensen (en dieren) om me heen erg belangrijk: mijn vader, moeder, zus, zwager, neefje, vriendin en de twee hondjes Billy en Paco. Wat daarachter zit is dat ik verbondenheid ontzettend belangrijk vind: de mogelijkheid om een diepgaande connectie te kunnen voelen met jezelf en de mensen om je heen. Hiervoor is kwetsbaarheid en empathie nodig. Kwetsbaarheid om jezelf te durven laten zien met al je kracht en tekortkomingen, en empathie om de ander te kunnen respecteren en begrijpen. Ik denk dat dit waarden zijn die de wereld een stuk mooier maken.

We vinden het bewonderenswaardig dat je een portret wilde maken voor Alles Goed. Waarom wilde je jouw verhaal delen?
Ik voelde me, ondanks dat ik veel lieve, begripvolle mensen om me heen had, tijdens mijn depressie ontzettend alleen. Door mijn verhaal te delen en vooral ook het gevoel te beschrijven, hoop ik dat anderen een beetje herkenning en erkenning kunnen vinden. Daarnaast zou het mooi zijn als mijn verhaal voor mensen die niet weten hoe het is om een depressie te hebben ook inzichten biedt. Ik denk dat openheid over dit onderwerp uiteindelijk zal leiden tot meer empathie, kwetsbaarheid en verbondenheid.

Wat heeft het delen van jouw verhaal en/of open zijn over depressie je opgeleverd?
Dankzij het delen van mijn verhaal heb ik een hoop fijne mensen leren kennen en heel wat mooie gesprekken gehad. Mijn eigen kwetsbaarheid heeft ook kwetsbaarheid bij anderen teweeg heeft gebracht. Het mooiste dat mijn openheid me heeft opgeleverd, is dat het onderdeel was van mijn ontwikkeling tot nu toe en dat ik daardoor nu een leven heb waar ik grotendeels tevreden mee ben.

Hoe gaat het nu met je?
Het gaat nu goed: ik ben tevreden. Dat wil niet zeggen dat ik altijd gelukkig ben (ik ben best gevoelig en kan emoties heftig ervaren), maar ik heb op mezelf leren vertrouwen en weet diep van binnen dat ik ook de moeilijkere tijden aan zal kunnen. Ik ben niet meer bang om depressief te worden, ondanks dat ik weet dat die kans er altijd in zit.

Wat is het beste compliment dat je ooit gekregen hebt?
“Ik ben er trots op dat ik je ken.” Het zegt namelijk iets over de trots van degene die je kent. Wanneer je iemand zo waardeert om wie hij/zij is dat het iets doet met je eigen trots, dan betekent dat denk ik heel veel.

Wie bewonder je? Waarom?
Ik zou de mensen om me heen tekort doen als ik hier een specifiek persoon zou noemen, dus ik hou het algemeen: ik bewonder de directe mensen om me heen, omdat zij allemaal moeilijke tijden hebben gekend en er doorheen zijn gekomen.

Wat is je allergrootste blunder?
Ik geloof niet echt in blunders: blunders betekenen spijt. Hoeveel ‘blunders’ ik ook niet heb gemaakt, ze hebben me allemaal gebracht tot waar ik nu sta.

Wat is je favoriete boek?
‘Het onzichtbare geluk van andere mensen’ van Manu Joseph. Dit boek heeft echt mijn kijk op fictieve literatuur veranderd. Het is een prachtig verhaal over een man die op zoek gaat naar antwoorden die hij misschien nooit zal krijgen; hij wil weten waarom zijn zoon zelfmoord heeft gepleegd. Ik waande me echt even in een andere wereld toen ik dit boek las.

Wat is jouw guilty pleasure?
Ik eet graag bamisoep. op welk moment van de dag dan ook. Ik denk dat ik op elk tijdstip tussen 10:00 uur ’s ochtends en 06:00 uur ’s nachts wel een keer bamisoep heb gegeten.